De betovering van De Efteling

Natuurlijk vindt iedereen het geweldig om in een pretpark te mogen werken, maar De Efteling stelt hoge eisen aan nieuwe werknemers.

De Efteling kwam uit de bus als de  Lonneke Weijt 005snelste stijger in het Intermediair Imago Onderzoek. Lonneke Weijt, recuitment- en mobiliteitadviseur van De Efteling, was toch enigszins verrast met de uitverkiezing. Hoewel ze jaarlijks zesduizend reacties krijgt op haar vacatures, vond ze het een bijzondere gewaarwording dat haar werkgever een prominente plaats kreeg op de lijst van populairste werkgevers. ‘De Efteling is met ongeveer 2300 werknemers geen groot bedrijf’, zegt Weijt. ‘De staf bestaat uit driehonderd mensen. Dat is toch van een andere orde dan Unilever.

Aan de andere kant weten wij heel goed dat wij aantrekkingskracht hebben op jonge mensen. Doordat de organisatie niet zo heel groot is, zie je snel resultaat van je inspanningen. Je kunt het verschil maken.’

Lef en extraversie

De toverwoorden in het HR-beleid van De Efteling zijn gastgericht en betrouwbaar. ‘De gastgerichtheid moet er echt in zitten bij de mensen die wij aannemen’, vertelt Weijt. ‘Onze werknemers moeten de gasten echt durven betoveren, zoals wij dat noemen. Daar selecteren wij streng op, zowel bij onze staf als bij de junior gastheren en -vrouwen die in het park zelf werken. Dat betekent dat wij kijken naar communicatieve vaardigheden en naar hoe extravert mensen zijn. Mensen moeten het lef hebben op gasten af te stappen. Hoe je een dienblad moet dragen, kunnen wij je leren. Gastgerichtheid niet. Dat moet er van nature in zitten. We willen niet dat het gemaakt overkomt. Ons doel is onze gasten een onvergetelijke ervaring te bezorgen, zodat ze graag terugkomen.’

Het hele artikel lees je op: http://www.intermediair.nl/carriere/een-baan-vinden/bedrijven/De-betovering-van-De-Efteling

Nederland, Maarssen . 20150528 . 28 mei 2015 . Intermediair Arbeidsmarktevent . Foto: Amaury Miller

Nederland, Maarssen . 20150528 . 28 mei 2015 . Intermediair Arbeidsmarktevent .
Foto: Amaury Miller